Hoeveel weet de gemiddelde persoon uit Overijssel over zwart geld?


Voor deze deelvraag hebben wij een enquête opgesteld om een inschatting te kunnen maken over hoeveel de gemiddelde Overijsselaar weet over zwart geld en hoe open ze erover zijn. We kwamen op dit idee doordat er maar heel weinig mensen zijn die ‘open’ spreken over zwart geld als ze er zelf mee in aanraking zijn gekomen of anderen kennen die het hebben of er verhalen over hebben gehoord. Zoals gezegd nemen we de enquête enkel af bij Overijsselaren, omdat we de enquête gaan verspreiden onder vrienden, familie, kennissen, et cetera en van hen weten we dat ze in Overijssel wonen en werken. Hierbij nemen wij een steekproef af, omdat we finaal niet iedere Overijselaar kunnen ondervragen. We hebben eerst een vragenlijst in elkaar gezet om vervolgens daaruit onze hypothese vast te stellen. We hebben zowel persoonlijke vragen als kennisvragen hierin opgenomen. Achteraf vindt u een antwoordmodel met de antwoorden waarop wij onze evaluatie hebben vastgesteld. Naderhand geven we een overzicht weer van de antwoorden van de ingevulde enquêtes. In de evaluatie zullen we de resultaten bespreken en vergelijken met onze verwachte antwoorden. Hierbij een linkje voor als u hem ook zou willen invullen. Wij bedanken u bij voorbaat voor de genomen moeite. https://nl.surveymonkey.com/r/JMC7Z6Q

Hypothese

Deze enquête bestaat uit tien vragen. Wij denken als enquêteurs dat de personen er vrij veel over weten o.a. doordat de vragen niet diep op het onderwerp in gaan. Echter betwijfelen we of ze ook echt de waarheid zullen onthullen als ze het bijv. zelf hebben, omdat er een paar vragen tussen zitten die persoonlijk zijn. Je kan de vragen indelen in verschillende categorieën:

  •   Sociaal-demografische vragen (vragen 1 t/m 3);
  •   Persoonlijke vragen (vragen 4 t/m 7);
  •   Kennisvragen (vragen 8 t/m 10)

Wij hopen op een gelijkwaardig aandeel mannen en vrouwen die hebben deelgenomen aan het onderzoek. Alsmede gaan wij ervan uit dat 35% van de respondenten zich in de klasse 0-17 bevindt. Voor de navolgende klassen, tot 60 en ouder, gaan we uit van een gelijke verdeling van 10%. Bij de klasse 60 en ouder verwachtten we een deelname van 5%. Wat betreft de werksectoren zou het naar ons inzicht een gelijke verdeling worden, omdat we dan een representatief onderzoek hebben verricht.

Aansluitend komen de persoonlijke vragen aan bod. Dit zijn vier vragen waarvan drie meerkeuze en één open vraag.

  •   Vraag 4 ‘Weet u wat zwart geld inhoudt?’

Volgens ons gaat er een gelijke verdeling ontstaan van 25% bij elk antwoord.

  •   Vraag 5 ‘Beschikt u over zwart geld?’

Bij deze vraag nemen wij ons voor dat er een verdeling ontstaat van 45% bij zowel ‘Ja’ als ‘Nee’ en de overige 10% kiest voor de optie ‘Wil ik liever niet zeggen’.

  •   Vraag 6 ‘Heeft u zwart geld met opzet of was het een fout? (Alleen beantwoorden wanneer u zwartgeld bezit)’

Omdat dit een al persoonlijkere vraag is, verwachtten wij dat 60% van de respondenten kiest voor ‘Anders, namelijk …’. De overige 40% zou zeer waarschijnlijk 20 om 20 worden verdeeld.

  •   Vraag 7 ‘Hoe bent u aan dit zwart geld gekomen? (alleen beantwoorden wanneer u dit wilt)’

We verwachtten dat 80% van de personen gaat zeggen door zwart te werken. De overige 20% van de respondenten gaat vermoedelijk heel uiteenlopende antwoorden opgeven.

Er zijn drie kennisvragen. We verwachten dat ze twee van de drie vragen goed zullen hebben. U zult ongetwijfeld hebben opgemerkt dat er meer vragen zijn, maar niet alle vragen zijn vragen die alleen één goed antwoord hebben of überhaupt een correct antwoord hebben. Hierbij geven we onze verwachting per vraag weer.

  •   Vraag 8 ‘Kunt u een concreet voorbeeld geven van een mogelijke manier om aan zwart geld te komen?’

Dit is een open vraag hierom denken wij dat de antwoorden 60% overeenkomen met de genoemde manieren in deelvraag 4. Geldend voor alle leeftijdsklassen.

  •   Vraag 9 ‘Hoeveel denkt u dat er jaarlijks in Nederland wordt witgewassen?’

We verwachten dat het gemiddelde antwoord rond de €25 miljard euro gaat liggen.

  •   Vraag 10 ‘Hoeveel geld denkt u dat de politie traceert en ook daadwerkelijk in beslag neemt? … op de €1000,-‘

Hierbij is onze verwachting dat het gemiddelde antwoord rond de €10,- gaat liggen.

Kortom we verwachtten dat de gemiddelde Overijsselaar ronduit vrij veel weet over het onderwerp zwart geld. We komen hierop terug in de alinea ‘Evaluatie’ of we de plank flink missloegen of dat we een juiste inschatting hebben kunnen maken.

Antwoordmodel

Voor de vragen 1 t/m 7 zijn er geen per se goede of foute antwoorden, omdat deze te maken hebben met sociaal-demografische kenmerken en persoonlijke vragen. Hierbij ziet u de (mogelijke) antwoorden voor de vragen 8 t/m 10.


Vraag 8 ‘Kunt u een concreet voorbeeld geven van een mogelijke manier om aan zwart geld te komen?

  • Zwart werken bij een bedrijf;
  • Handelen in valuta’s;
  • Valse facturen;
  • Via casino’s;
  • Via een eigen vennootschap;
  • Klusjes voor bekenden uitvoeren en contant betaald worden.

 

Vraag 9 ‘Hoeveel denkt u dat er jaarlijks in Nederland wordt witgewassen?’

  • Er wordt geconcludeerd (Diepenmaat, 2.5.3 De omvang van witwassen, 2015) dat er jaarlijks in Nederland tussen de 18,5 miljard euro en 25 miljard euro wordt witgewassen. (Diepenmaat, 2015)
  • Er wordt geconcludeerd (Teeffelen, 2018) dat er jaarlijks in Nederland ruim 16 miljard euro wordt witgewassen.

 

Vraag 10 ‘Hoeveel geld denkt u dat de politie traceert en ook daadwerkelijk in beslag neemt? … op de €1000,-‘

  • Het goede antwoord is €1,-. Uit een documentaire (Crimesite, 2017) blijkt dat slechts €1,- op de €1000,- daadwerkelijk door de politie wordt getraceerd en in beslag wordt genomen.

Evaluatie

Allereerst zijn we zeer tevreden met het aantal respondenten (ruim 250) die hebben deelgenomen aan onze enquête, want dit geeft ook een representatief beeld over de gemiddelde Overijsselaar. Echter hebben we de verdeling van mannen en vrouwen verkeerd ingeschat. We voorspelden een gelijke verdeling van mannen en vrouwen, maar wat blijkt is dat het aandeel vrouwen 74% is en mannen 24% (overige 2% wil het liever niet zeggen). Ook is er een veel groter aandeel respondenten in de categorie ‘0-17’ dan was verwacht, namelijk 57%. De categorieën ’18-29’ en ’40-49’ waren ook aanzienlijk groter dan de overige categorieën met namelijk 12% en 18% ten opzichte van ongeveer 4% bij de overige categorieën. Bij de werksectoren springt ‘diensten’ boven de andere sectoren uit met 32% en betekent dat er geen gelijke verdeling is binnen de werksectoren.

 

We bespreken nu de persoonlijke vragen met een bijbehorend diagram.

  •   Bij vraag 4 ‘Weet u wat zwart geld inhoudt?’ hoort het volgende cirkeldiagram.

We kunnen hieruit opmaken dat meer dan de helft een goed besef heeft over wat zwart geld is, wat tegen onze verwachtingen in gaat met een gelijke verdeling van 25%. Hierop voortbordurend hopen we ook een gemiddeld antwoord bij de kennisvragen dat dicht in de buurt zit van het correcte antwoord.

 

  • Bij vraag 5 ‘Beschikt u over zwart geld?’ hoort het volgende cirkeldiagram.

Hier zien we dat nog net geen derde deel beschikt over zwart geld. Dit kan volgens ons te maken hebben met het feit dat ze dit willen achterhouden, maar dit kunnen wij niet achterhalen. Ook gaat het tegen onze verwachting in van 45% bij ‘Ja’ en ‘Nee’.

 

 

  •   De verdeling bij vraag 6 ‘Heeft u zwart geld met opzet of was het een fout? (alleen beantwoorden wanneer u zwart geld bezit) ziet er als volgt uit.

Uit de antwoorden blijkt van degenen die deze vraag wel hebben ingevuld dat meer dan de helft doelbewust over zwartgeld beschikt. We zijn zeer tevreden over deze eerlijkheid ondanks dat het volledig tegen onze verwachtingen ingaat waarbij we 60% inschatten dat zou kiezen voor ‘Anders, namelijk …’ en de overige 40% 20 om 20 zou worden verdeeld. Bij het antwoord ‘Anders, namelijk …’ kregen we merendeels te horen dat ze geen zwart geld hebben.

 

  •   Bij vraag 7 ‘Hoe bent u aan dit zwart geld gekomen? (alleen beantwoorden wanneer u dit wilt) zullen we een vijftal meest gekozen antwoorden bespreken.

o   Zwart werken bij een bedrijf;

o   Oppassen;

o   Werken onder de 15;

o   Beunen;

o   Heb ik niet.

Hieruit kunnen we opmaken dat het grotendeels gaat om door zwart te werken zwart geld te verkrijgen. Hierbij kunnen we spreken van een juiste hypothese wat betreft vraag 7.

 

 Nu gaan we van start met de vragen die weergeven of de gemiddelde Overijsselaar ook daadwerkelijk stand van zaken heeft op het gebied van zwart geld.

  •   Bij vraag 8 ‘Kunt u een concreet voorbeeld geven van een mogelijke manier om aan zwart geld te komen?’ zullen we een vijftal meest gekozen antwoorden bespreken.

o   Schoonmaken (huishoudelijke hulp) waarvoor je zwart wordt betaald;

o   Criminaliteit;

o   Bij een baas werken zonder contract;

o   Drugs dealen;

o   oppassen

Hieruit kun je opmaken dat mensen zo goed als dezelfde antwoorden geven als bij vraag 7. Kortom ze weten niet veel meer dan wat ze zelf of anderen doen om aan zwart geld te komen. Aan echte kennis ontbreekt het nog op het gebied van zwart geld.

 

  • Het volgende diagram behoort tot vraag 9 ‘Hoeveel denkt u dat er jaarlijks in Nederland wordt witgewassen?’.

Hier zien we het gemiddelde antwoord van 40 miljard euro per jaar. Echter is het correcte antwoord in de buurt van de 16 miljard euro zoals aangegeven staat in het antwoordmodel.

 

 

  •   Het volgende diagram behoort tot vraag 10 ‘Hoeveel zwart  geld denkt u dat de politie traceert en ook daadwerkelijk in beslag neemt? … op de €1000,- ’.

 

In het diagram is af te lezen dat alle personen samen gemiddeld €47,- op de €1000,- denken dat er door de politie in beslag wordt genomen. In werkelijkheid is dit slechts €1,- op de €1000,-. Wij hadden een onjuiste verwachting bij deze vraag.

 

We komen tot de slotsom, ondanks dat meer dan de helft van de respondenten heeft gezegd veel te weten over zwart geld, dat als er dieper wordt ingegaan op de stof van zwart geld de gemiddelde persoon uit Overijssel zo waar niet daadwerkelijk zoveel kennis heeft over zwart geld. Dit betekent dat onze vooropgestelde hypothese niet blijkt te kloppen.